Get Adobe Flash player

Natuur

27-06-2010_Sperwer_0512

 

Een paar weken geleden toen ik over een grindpad liep in het Boterdieppark (dat tegen het Boterdiep aan ligt ter hoogte van de Hornbach) zag ik in een keer een jonge sperwer ziten. De vogel was in de ernaast gelegen sloot terecht gekomen tijdens naar ik vermoed vliegoefeningen. Op het moment dat ik de vogel zag en de vogel mij, bleven we allebei stoksrijf staan. Ik dacht bij me zelf, zal ik hem nu toch een keer goed op de foto kunnen krijgen; wat de sperwer dacht laat zich raden.
Terwijl we beiden stil stonden kwam er een mevrouw aanlopen met hond die ik vriendelijk heb verzocht om een ander pad te nemen met de uitleg erbij waarom, natuurlijk om de vogel even te laten bijkomen. De mevrouw was erg vriendelijk en ze antwoorde: 'natuurlijk doen we dat'.
De sperwer en ik bleven gewoon rustig verder staan en keken elkaar aan, van wat moet je nu.... . De sperwer schudde de druppels nog maar een keer van zijn verenpak en begon zich te poetsen, maar ondertussen mij toch maar in de gaten houdend. Je weet maar nooit zal de vogel gedacht hebben, zo'n vreemde snoeshaan met een dikke toeter van een lens voor zich bungelend.

23-06-2010_Sperwer_0336 

 

Er waren zo'n 5 minuten verstreken toen er weer een persoon met hond aankwam lopen, weer vroeg ik of een ander pad nemen tot de mogelijkheden behoorde, of anders even te wachten totdat de sperwer het luchtruim had gekozen. Deze meneer met hond had waarschijnlijk haast en wilde toch doorlopen. Hierop stelde ik de vraag of hij even wilde wachten, daar de hond de sperwer al in de gaten had. Ik liep hierop naar de sperwer toe, pakte hem vakkundig op waarop ik hem op zijn rug draaide zodat hij rustig bleef liggen, zette de vogel in de bosjes en de meneer liep verder met de mededeling laat de vogel maar uitkijken voor katten. Hierover dacht ik het mijne en de meneer liep verder.
Toen de meneer gepasseerd was ben ik een meter of tien van de vogel gaan staan, om hem verder zijn rust te gunnen. Rustig begon hij zijn vleugels te poetsen met af en toe een dankbare blik naar mij te werpend. Ik zou ik niet wezen als in de tijd dat ik toekeek niet een paar foto's zou nemen, want tenslotte kom je ook niet als vogelaar elke dag zo dicht in de buurt van een jonge sperwer, ik niet althans.

23-06-2010_Sperwer_0318 


Op het moment dat de vogel uitgepoetst was en zijn veren weer enigszins waren opgedroogd vloog de vogel erg laag over de grond een paar meter verder naar een meer beschutte plek in het struikgewas om zich verder te laten opdrogen en te bekomen van de vele aandacht welke hij op jonge leeftijd al kreeg.

Aangezien ik elke dag of wanneer de tijd het toelaat wel even door het Boterdieppark heen struin om de natuur cq vogels te fotograferen ben ik nog vele malen de sperwer tegengekomen en heb bijna elke dag wel mogen aanschouwen hoe de ouders de jonge vogel(s) les gaven of aan het voeren waren. Vaak zaten ze achter elkaar aan, wat overigens een schitterend schouwspel is om te zien hoe ze door de bosjes en tussen de bomen door scheren zonder ook maar ergens tegenaan te knallen.

09-08-2010_Sperwer_0971 

 

Tijdens het bekijken van dit schouwspel heb ik nog enkele malen foto's kunnen maken als ze even aan het rusten waren, maar over het algemeen ging het te snel en waren ze weer vertrokken. En foto's maken als ze door de bomen heen scheren is natuurlijk ook niet je van het, omdat je dan onmogelijk scherp kunt stellen.

Na 2 weken het leven van de jonge sperwers met hun ouders te hebben gevolgd waren ze in een keer verdwenen, ik denk dat ze de wijde wereld ingetrokken zijn, om ergens anders hun heil te zoeken.

Nu hebben we in 2008 en koppeltje ransuilen in de wijk gehad, in 2009 waarschijnlijk dezelfde vogels die midden in de woonwijk een 2-tal jongen hebben gekregen en groot gebracht, nu dus in 2010 een span sperwers met jongen en dat in Beijum. Ik ben benieuwd wat 2011 ons zal brengen, zullen de sperwers terug komen en misschien nog wat anders..... we zullen zien.

 

Fred van Maurik

Bloemetje_en_bijtje

Waar kun je beter zijn op een landerige zondagmiddag met onbestemd weer dan in je eigen omgeving, midden in je eigen groene wijk waar het barst van de bijzondere planten en insecten? Dat dachten 14 volwassenen en kinderen (en 2 baby’s) die na een inleiding door Arnold Voerman in de Boerderijum aan de Beijumerweg nr. 19 op pad gingen langs sloot en berm richting Zuidwolde onder leiding van natuurgids Harry Steenhuis.

Normaal gesproken zoef je op je fiets over de Beijumerweg, niet vermoedend dat daar zich aan de kant van weg en sloot de meest wonderlijke plantjes en beestjes hun onderkomen hebben. Met behulp van een insectenkijker waan je je geteleporteerd in de wondere wereld van ‘Erik en het klein Insectenboek’.  Al die rondkruipende kriebelende, krioelende beestjes blijken van een adembenemende schoonheid wanneer je ze van zo nabij begluurt: de beharing van een rups, de kleurige dekschildjes van een kever, de ogen van een juffer, de roltong van een vlinder en de zuigsnuit van een langpootmug.

Hoog in een appelboom, wat bij een vluchtige blik op een doodgewone tak lijkt, blijkt bij nadere inspectie een grote keizerlibel van zo’n 15 centimeter lang te zijn. Het is de grootste libellensoort in ons land.

Harry vertelde ons niet te snel te zijn met het verdelgen van het ‘onkruid’ in de tuin. Hoe lelijk je sommige planten ook mag vinden, ze trekken soms prachtige vlinders aan. Die nare brandnetel met zijn brandharen aan de onderkant van het blad trekt vlinders als de Atalanta, de dagpauwoog, de kleine vos en het landkaartje aan. Hun rupsen eten de plant wel op.  Het perzikkruid wordt ’s nachts bezocht door de perzikkruiduil .

Bij de ingang van de Wiershoeck staat een 130 jaar oude es. Links daarvan staan duindoorns. De knaloranje besjes daarvan zijn eetbaar en bevatten veel vitamine C. Wintervogels zijn er dol op, maar wanneer ze te laat gegeten worden en al zijn gaan gisten bevatten ze alcohol. De benevelde vogels lopen dan wankelend rond. Veel planten hebben een medicinale werking. Zo helpt het oranje sap uit de stengel van de stinkende gauwe tegen wratten.

De excursiegangers hebben op het stukje tussen de Boerderijum, de Wiershoeck en de Edzemaheerd hoorbaar en zichtbaar genoten van deze hele interessante tocht door de natuur die ons ‘gewoon’ omringt.

Na een korte pauze in de Boerderijum, waar mensen van Stichting De Zijlen door de week het natje en droogje verzorgen, konden de overgebleven natuurliefhebbers nog veel wetenswaardigheden te horen krijgen in het nieuwe Natuurmuseum in de Boerderijum over onze  de wilde eenden, de aalscholvers, en de roeken waarmee het best goed gaat  en over de fazanten,  de patrijzen en de koekoek  (altijd op 30 april terug in ons land) waar het veel minder mee gaat. Arnold Voerman wist veel te vertellen over de oorzaken van de slechte en goede kansen van de dieren in onze directe omgeving.

Alvast noteren: 12 september is er een nachtvlinderexcursie. Nader bericht volgt.

Willy Koolstra

Anna Riemersma

De barnsteenslak, de succinea putris, is in Beijum een algemeen voorkomend slakje van zo’n anderhalf tot twee centimeter lang. Het slakje dankt zijn naam aan de mooie doorzichtige oranje kleur. Hij heeft dezelfde doorzichtige oranjebruine kleur als barnsteen, het versteende hars van naaldbomen. Het huisje van deze slak is erg dun, zo dun dat het zonlicht er doorheen schijnt.

De slak zelf is meestal licht bruin en ook doorschijnend. De barnsteenslak komt in Nederland meestal voor bij vochtige struiken en bossen. Vaak in de buurt van de waterkant waar hij zich voedt met algen, waterplanten en riet. Onderwater kun je hem ook aantreffen, maar erg lang kan hij in het water niet overleven. In Beijum vonden we het dier in het gras langs de sloot op de weg naar Zuidwolde.

De dieren zijn tweeslachtig, dat betekent dat eenzelfde slak zowel manlijk als vrouwelijk kan zijn. Bij de paring gedraagt één dier zich als vrouwtje, het andere als mannetje. De eitjes worden in kleine pakketjes afgezet tussen planten en mos of in vochtige aarde, meestal langs de waterkant.

DSC_0895_1

Het bijzondere van deze slak is dat hij last kan hebben van de larve van een platworm, Leucochloridium paradoxum geheten. Zo’n larve heet een miracidium, meervoud miracidia. Deze wormen hebben een zeer ingewikkelde levenscyclus.

De miracidia dringen de slak binnen waarna ze een aantal ontwikkelingsstadia ondergaan. De larven veranderen in een soort zak, een sporocyste. In deze zak vermenigvuldigen ze zich ongeslachtelijk. Er ontstaan talloze nieuwe larven, zogenaamde cercariën. Deze met cercariën gevulde sporocysten vormen een soort van knotsvormige uitsteeksels die deels in de tentakels van de slak terecht komen en deze groen- wit kleuren met zwarte stippen aan het eind. Vervolgens gaan ze pulserende bewegingen maken die de aandacht van vogels trekken omdat die denken dat het rupsen zijn. Dit wordt nog vergemakkelijkt omdat de slak met deze ogen niet goed meer ziet en zich daarom niet goed verschuilen kan.

Als vogels de slak eten is dat jammer voor de slak, maar de larven, de cercariën, van de worm komen verder tot ontwikkeling in de vogel. Ze worden volwassen, paren en verspreiden hun eitjes via de vogelpoep. Uit die eieren komen dan weer nieuwe larven, de miracidia. De cirkel is rond.

 

Willy Koolstra

juridische

Weerfoto's Beijum

beijumnieuws2